In september 1614 ontstond nog het idee om van de Keizersgracht een chique boulevard zonder water te maken naar voorbeeld van het Haagse Lange Voorhout. Daar heeft men om enkele redenen van afgezien. De vroedschap vermoedde dat de toekomstige kopers van kavels aan de Keizersgracht hun woon- of pakhuis met de boot wilden kunnen bereiken. Andere overwegingen waren mogelijk de noodzaak aan waterberging, het eenvoudiger kunnen aanvoeren van bouw- en ophogingsmateriaal maar vooral het tekort aan ophogingsmateriaal. De bouw van de vestingwerken vergde tegelijkertijd ook veel ophogingsmateriaal. In november 1615 was de verkaveling aan de oostzijde gereed. De kavels kregen met 30 voet eenzelfde breedte als bij de Herengracht. De bebouwing verliep spoedig: in 1618 waren er nog nauwelijks onbebouwde kavels. Het deel tussen de Leidsegracht en de Amstel behoort tot de vierde uitleg (1658). In 1663 begon het feitelijk graven van dit deel van de Keizersgracht. In 1667 werden beide delen van de Keizersgracht met elkaar verbonden.










